Artikelen

Beter slapen

Sounder Sleep methode
De Sounder Sleep methode is in 1999 ontwikkelt door Michael Krugman. Hij ontdekte dat bepaalde kleine langzame bewegingen die herhaald uitgevoerd worden, ons van een actieve alerte staat van bewustzijn kunnen brengen naar een rustige ontspannen manier van zijn. Als we dan ontspannen zijn en slaap nodig hebben, dan vallen we ook in slaap.
Het Sounder Sleep systeem gaat uit van 2 tegengestelde neurologische principes: excitatie en inhibitie of te wel stimulering en onderdrukking. In slaap vallen is een proces waarbij de balans tussen stimulering en onderdrukking uit slaat naar de kant van de onderdrukking. Hierdoor vertragen de hersenactiviteiten, de denkprocessen en het stofwisseling systeem en wordt het hele lichaam rustig. Dit is een natuurlijk proces waardoor we inslaap vallen.
Elke beweging die we maken heeft een exciterende en inhiberende invloed op onze hersenen. Grote krachtige bewegingen zorgen voor veel excitatie en weinig inhibitie, terwijl kleine zachte bewegingen zorgen voor meer inhibitie dan excitatie. Het basisprincipe van Sounder Sleep is dat we kleine, langzame, zachte bewegingen van het lichaam bewust kunnen gebruiken om de inhibitie te stimuleren.
Het Sounder Sleep systeem is gebaseerd op 2 sporen: het dagprogramma Day Tammerstm waarin het omgaan met stress en spanningen centraal staat en het nachtprogramma Night Tammerstm met daarin oefeningen voor in bed en voor de momenten dat je ongewild wakker bent geworden.
Elke mens heeft zijn eigen ritme en manier van omgaan met slapen, daarom maakt fysiotherapeut Paco Leijdsman samen met u een op maat gemaakt behandelplan.
Een voorbeeld van een oefening voor overdag is te vinden op http://soundersleep.com/minimove.php (Engelstalig).

Reactie van een deelnemer:
‘Het systeem werkt zo goed dat ik tijdens het aanleren van de oefeningen regelmatig in slaap ben gevallen’.

Zoekt u informatie over slapen, kijk dan eens naar de uitzending ‘Heel Nederland slaapt’

http://www.omroepmax.nl/heel-nederland-slaapt/uitzending/tv/heel-nederland-slaapt-woensdag-2-november-2016/

Woningaanpassingen

Door eenvoudige aanpassingen aan een woning kunnen mensen met dementie twee tot drie drie jaar langer zelfstandig thuis wonen. Met een goed binnenklimaat en juiste verlichting voelen vergeetachtige bewoners zich prettiger en zijn ze minder rusteloos en agressief. Dat blijkt uit onderzoek door Joost van Hoof, die promoveerde aan de TU Eindhoven op een studie naar dementie en wonen. In samenwerking met kenniscentrum Vilans, Hogeschool Utrecht en Alzheimer Nederland, is een website geopend met nuttige tips en praktische informatie.

Kennis
De nieuwe website www.thuiswonenmetdementie.nl biedt praktische informatie over woningaanpassingen voor mensen met dementie. Bouwkundige en technologische aanpassingen waardoor zij langer thuis kunnen blijven wonen. En oplossingen die bijdragen aan het verbeteren van veiligheid en kwaliteit van leven: voor de persoon met dementie én voor zijn partner. Alle kennis die er op dit moment is over woningaanpassingen bij dementie staat op de site.

Uithoudingsvermogen
Joost van Hoof promoveerde aan de Technische Universiteit Eindhoven op een studie naar dementie en wonen. Bij de aanpassingen aan een huis gaat het volgens hem vooral om comfort, veiligheid, structuur en herkenbaarheid. Van Hoof benadrukt dat het thuis wonen van mensen met dementie vooral afhangt van het uithoudingsvermogen van de familie en vrienden die de zorg op zich nemen.

Ongevallen met oudere fietsers

Dat oudere fietsers aanzienlijk meer risico lopen in het verkeer dan volwassen fietsers, is al jaren bekend. Omdat de groep van oudere fietsers door vergrijzing steeds groter wordt, heeft de Fietsersbond op verzoek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in meer detail gekeken naar de verkeersveiligheid van oudere fietsers.

Het risico voor de oudere fietser op een letselongeval is gemiddeld 3,2 maal zo hoog van andere fietsers. Dit verhoogde risico komt niet zozeer door een hogere mate van betrokkenheid bij ongevallen, maar vooral door de grotere breekbaarheid van ouderen.

Kijken we naar verschillen tussen gemeenten, dan vinden we met behulp van de data van de Fietsbalans dat oudere fietsers meer risico lopen in gemeenten met meer verkeershinder en met meer lawaai op straat. Op grond hiervan wordt aanbevolen de netwerken voor fiets en auto meer te ontvlechten.

In plaatsen waar ouderen meer fietsen, is hun risico op een letselongeval kleiner (safety by numbers). Een verklaring van dit opmerkelijk feit kan zijn dat ouderen die meer fietsen meer routine hebben en daarmee minder ongevallen meemaken. Bovendien wordt er meer gefietst in gemeenten met een beter en daarmee veiliger fietsklimaat. Op grond hiervan beveelt de Fietsersbond aan om te werken aan een veilige fietsinfrastructuur en het fietsgebruik onder (50 -) 65 – 74 jarigen en selectief onder 75 plussers te promoten.

Voor fietsers die graag tips willen om veiliger te fietsen,: de fietsschool van de Fietsersbond organiseert fietsinformatiedagen voor senioren. Kijk voor meer informatie op www.fietsersbond.nl/fietsschool.

Pijn bij dementie, vaak niet herkend

Erik Scherder: ‘Verrijk de omgeving’

Wat weten we over pijn bij dementie? Waarom is het goed om ouderen met Alzheimer te knuffelen? Waarom kunnen ouderen met vasculaire dementie heftige pijn beleven? En waarom is bewegen zo belangrijk? Aan het woord is professor Erik Scherder, neuropsycholoog en pionier in de begeleiding van ouderen met dementie.

De relatie tussen hersenen en gedrag is het terrein van de neuropsychologie, en dus ook van Erik Scherder. Hij is hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Scherder heeft twee passies: pijnbestrijding en het belang van bewegen bij mensen met dementie. Hij hoopt dat ouderen ‘geen wegkwijnende oude dag hebben.’

Wat gebeurt bij dementie?
Veel mensen denken dat bij dementie hersencellen afsterven. Maar dat is de halve waarheid, zegt Erik Scherder: ‘Sommige hersencellen gaan dood, maar zeker niet alle. Een kenmerk van dementie is atrofie, oftewel verschrompeling. De zenuwcellen worden kleiner, maar er is nog wel degelijk sprake van stofwisseling in die cellen.’ Wat dat betekent? Er zijn in de hersenen nog gebieden die je kunt reactiveren. Je kunt ze niet genezen, maar wel weer in beweging brengen. Bijvoorbeeld door letterlijk te bewegen. ‘Zelfs de biologische klok is in een vergaand stadium van dementie te herstellen,’ weet Scherder.

Pijn bij ouderen
Laten we met pijn beginnen. Erik Scherder: ‘Als je ouder wordt, neemt de kans op pijn toe. Je krijgt immers meer kwalen. Denk aan problemen met het bewegingsapparaat, een versleten heup of knie.’
De bestrijding van pijn staat echter nauwelijks op de agenda bij ouderen met dementie. ‘Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat kankerpatiënten met Alzheimer aanzienlijk minder pijnstillers krijgen dan degenen zonder dementie,’ zegt Scherder. Verbaasd: ‘Dus als je oud wordt met een dementie, is pijn opeens geen item meer?’

Pijn bij ouderen met dementie
Erik Scherder: ‘Als mensen met dementie pijn hebben, kom je er vaak niet achter. Omdat het pijnsignaal er niet is. Of het is er wel, maar ze kunnen het niet meer aanduiden en de verzorgenden of arts herkennen het niet.’
Dementerende ouderen met pijn kunnen agressief, verward, gespannen of onrustig worden. ‘Maar dan denken partner of verzorgenden niet direct aan pijn,’ zegt Scherder.

Aspirientje
Erik Scherder spreekt graag over de wetenschappelijke studie rond een groep ouderen met dementie die haldol kregen omdat zij aan ‘matige agitatie’ leden. In gewone mensentaal: deze ouderen waren vaak onrustig. Helaas waren zij niet meer in staat om te vertellen wat hen scheelde. In deze studie werd het antipsychoticum Haldol vervangen door een gewoon aspirientje. Wat bleek? ‘Er trad een geweldige verbetering op. Hun stemming verbeterde en ze namen vaker deel aan sociale activiteiten,’ zegt Erik Scherder.
Hij weet zeker dat ‘dementerenden zich prettiger zullen voelen en mobieler worden als hun pijn wordt behandeld. Pijn weerhoudt je immers om mee te doen met activiteiten. En het kan zelfs leiden tot depressie.’

Andere pijnbeleving
Pijn is een ingewikkeld verhaal. Je hebt a. de pijnprikkel, en b. de pijnverwerking. Anders gezegd: het verschil tussen het ervaren van: ‘Au, ik heb pijn’, en het lijden onder die pijn – én de vraag die je jezelf meteen daarna stelt: ‘Hoe voelt die pijn? En waar komt die vandaan?’ Twee pijnsystemen dus, het ‘mediale’ en ‘laterale’ systeem, op verschillende plekken in de hersenen. En die systemen hebben nauwelijks contact met elkaar. Wat als die verschillende plekken beschadigd zijn, zoals gebeurt bij dementie? ‘Om de beleving van pijn te begrijpen, moet je weten welke vorm van dementie iemand heeft,’ zegt Erik Scherder. ‘Heeft iemand bijvoorbeeld Alzheimer of vasculaire dementie?’

Pijn bij Alzheimer
‘In het algemeen geldt dat mensen met Alzheimer minder pijn ervaren,’ zegt Erik Scherder. ‘Dat komt doordat de diepere hersengebieden zijn aangetast, hersengebieden waar zich ook de emotionele pijnbeleving bevindt. Vandaar dat mensen met Alzheimer in hun beleving minder pijn kunnen voelen.’ In jargon: bij Alzheimer is het mediale systeem aangetast. Zo kan het gebeuren dat niemand merkt dat een Alzheimerpatiënt na een val zijn heup heeft gebroken: hij voelt daar immers weinig tot niets van en rept niet over pijn. Let op, dit is geen waarheid als een koe, waarschuwt Scherder. ‘Bij Alzheimer komen namelijk ook veel vaatproblemen voor en dat kan weer leiden tot vasculaire dementie. Niet zelden hebben mensen met Alzheimer ook vasculaire dementie. En dan is pijn een heel ander verhaal.’

Spontane pijn bij vasculaire dementie
Bij vasculaire dementie kan wél veel pijn worden beleefd. Dat komt, bij deze vorm van dementie kunnen de hersenen pijnprikkels niet meer op de juiste manier verwerken. Gevolg: er kunnen meer pijnprikkels ontstaan, spontaan vanuit het zenuwstelsel, terwijl het lichaam daar geen aanleiding toe geeft, weet Erik Scherder. ‘Dementie vanwege vaatproblemen beschadigt de verbindingen tussen hersengebieden,’ legt hij uit. ‘Zo kan het gebeuren dat de gebieden voor emotionele pijnwaarneming als de thalamus geïsoleerd raken – en geïsoleerde hersengebieden hebben de eigenschap hun eigen signalen te creëren en rond te sturen. Daarom kan die thalamus uit zichzelf een pijncircuit doen ontstaan. Zodoende kan iemand heftige pijn voelen, terwijl er geen lichamelijke aanleiding voor is.’
Bij vasculaire dementie kan, kortom, spontaan pijn ontstaan. Waarschijnlijk lijden mensen met vasculaire dementie dus niet minder, maar meer pijn, besluit Scherder. ‘Na een CVA, een herseninfarct, kunnen mensen vaak al na een lichte aanraking in het genitale circuit, het uitschreeuwen van de pijn.’ Overigens geldt ook voor Frontotemporale Dementie (de Ziekte van Pick) dat er heftige pijnbeleving kan ontstaan.

Aanraken
Mensen met Alzheimer aanraken, knuffelen en strelen is heel belangrijk, weet Erik Scherder. ‘Bij Alzheimer worden veel pijnkernen vernietigd, behalve het zogeheten S1-gebied: het primair somatisch sensorisch gebied waar de zintuiglijke prikkels binnenkomen.’ Wat dat betekent? Scherder: ‘In het eindstadium van Alzheimer komt de tastprikkel nog aan. De tastzin blijft het langst in intact. Communiceren met mensen met vergaande Alzheimer gaat dus het beste via de tastzin.’

Bewegen
Niet alleen van pijnbestrijding knappen mensen met dementie op. Ook lekker wandelen doet hen goed. Er is een sterke relatie tussen bewegen en cognitie (de verstandelijke vermogens en het geheugen), de stemming en de biologische klok, weet Erik Scherder. ‘Motoriek en cognitie zijn dezelfde systemen in het brein. Dezelfde neurale circuits. Bewegen en cognitieve ontwikkeling gaan hand in hand.’
Goed nieuws voor mensen die (nog) niet dementeren: met lichamelijke (en geestelijke) activiteiten is je dementie uit te stellen. ‘Als je door het leven heen heel actief bent, vermindert de kans dat je Alzheimer krijgt met 20 tot 50 procent,’ zegt hij.
Ook mensen met dementie zullen opknappen als ze voldoende bewegen. Hun cognitie en stemming zullen verbeteren, weet Scherder. ‘Als je loopt, krijg je allerlei prikkels uit je lijf. Het is een voortdurende stimulatie van het brein.’

Onderzoek
De Franse geriater Yves Rolland toonde aan dat mensen met Alzheimer minder snel achteruit gaan als ze regelmatig bewegen: twee keer per week een uur. In zijn experiment bewogen 67 Alzheimerpatiënten van gemiddeld 83 jaar twee keer per week een uur. Het ging om stevig wandelen, maar ook om oefeningen voor uithoudingsvermogen, kracht in de benen, en balans. Er was ook een controlegroep: een groep van 67 vergelijkbare patiënten kreeg de gangbare zorg: zij waren niet heus lichamelijk actief.
Na een jaar was de achteruitgang in het uitvoeren van normale dagelijkse activiteiten, bijvoorbeeld opstaan, aankleden, lopen en naar het toilet gaan, bij de getrainde patiënten minder dan bij de ongetrainde. Het verschil was ongeveer een derde.
Ook onderzoeker Art Kramer toonde aan dat bewegen goed is voor (jonge) ouderen, zo rond de 65 jaar oud. Wie elke dag ging joggen, merkte dat de uitvoerende en geheugenfuncties verbeterden.

Kauwen
Kauwen is ook een vorm van bewegen. Kauwen is goed voor je geheugen en stemming. Dat is aangetoond, zegt Erik Scherder. ‘Als je slecht kauwt, gaan bepaalde hersenstructuren in het brein enorm achteruit – precies de structuren die toch al zeer kwetsbaar zijn voor de Ziekte van Alzheimer.’
Scherder refereert aan een onderzoek met muizen. Bij de arme diertjes werden de tanden en kiezen eruit gehaald. Ze konden niet meer kauwen en wat gebeurde? ‘Hun hypocampus, het gebied in onze hersenen wat in relatie staat met ons geheugen, ging razend snel achteruit.’
Kauwen dus. Als het even kan geen vla en pap, maar eten waarop je flink moet kauwen. En zorg goed voor de tanden, is zijn advies.

Verrijkte omgeving
Met bewegen en kauwen verrijk je de omgeving. ‘En dat is essentieel voor het ouder wordende brein,’ zegt Scherder. ‘Dementerenden krijgen zo veel meer prikkels. Daardoor gaan hun hersenen beter functioneren. Dat blijkt uit veel prachtige neurobiologische studies. Een verrijkte omgeving betekent ook dat er mensen zijn met wie je kunt praten, met wie je samen eet. Dat je de krant nog leest, genoeg daglicht hebt en buiten komt. Zo kun je het dag- en nachtritme beïnvloeden. Mensen die hangen of slapen, missen de totale invloed aan prikkels en informatie.’

Projecten
Erik Scherder beperkt zijn gehoor niet tot zijn studenten in de collegezaal. Hij wil in Nederland bijdragen aan het welzijn van mensen met dementie en is de man van de bewegingsprojecten en pijnbestrijding. Scherder heeft er hoge verwachtingen van. ‘Ik denk dat we gaan vaststellen dat de kwaliteit van leven voor een deel weer terug te halen is.’ Hij verwacht dat ook de zorg leuker wordt. ‘De bewoners zullen ’s nachts weer rustig slapen. Als mensen beter gaan eten en hun conditie verbetert, worden ze actiever. Je kunt weer leuke dingen met ze doen. Het is, kortom, goed voor de klant en de zorgorganisatie.‘

Altijd moe?

De vakantie is voorbij. Iedereen is weer druk,druk,druk: werk, verenigingen, vergaderingen, vrijwilligerswerk en mantelzorg. Iedereen “rent” zichzelf weleens voorbij. De dagen zijn volgepland met activiteiten. Dit hoeft geen probleem te zijn, voor iedereen die gezond is. Na voldoende nachtrust of bijvoorbeeld een rustig weekend, kan men er weer fris tegenaan.

Maar in Nederland ervaren 500.000 mensen beperkingen in het dagelijks leven doordat ze moe zijn. De oorzaken moeten vaak gezocht worden in het hebben van een chronische ziekte zoals reumatische artritis, een beroerte of na een behandeling van kanker. Factoren die van invloed zijn op de vermoeidheid en die vermoeidheid uitlokken zijn biologisch(ziekte activiteit en infectie) en psychisch(stress) van aard. Bij mensen met chronische vermoeidheid is de hoeveelheid activiteiten die zij op een dag aan kunnen wisselend. Het is moeilijk om daar een dagplanning van te maken. De activiteitenweger kan hierbij helpen.

Wat doet de activiteitenweger?
Hij maakt de belasting voor de dag en week meetbaar. Hij zet aan tot het maken van keuzes en stimuleert daarmee een actieve houding om blijvende gedragsverandering te realiseren.

Hoe gaat dit in zijn werk ?
Om inzicht te krijgen in het energieverbruik over de dag is het noodzakelijk het beginniveau vast te stellen. Hoeveel activiteiten kunt u elke dag aan? Hiervoor is het belangrijk om een aantal dagen bij te houden welke activiteiten u uitvoert. Alle activiteiten krijgen een score, gerelateerd aan de zwaarte, namelijk licht, gemiddeld, zwaar en ontspanning. Aan deze scores worden vervolgens punten verbonden.

Hoe stelt u vast welke en hoeveel activiteiten u aankunt zonder uzelf over of onder te belasten?
De ergotherapeut of gespecialiseerde fysiotherapeut maakt samen met u een berekening, maar u kiest uiteindelijk zelf uw eigen basisniveau. Het aantal punten, basisniveau, behoedt u voor het overschrijden van grenzen. Vaak is het mogelijk om het basisniveau na enige tijd te verhogen. Het vinden en vasthouden van een balans in de uitvoering van de dagelijkse activiteiten is een hele uitdaging.

Herkent u zichzelf in bovenstaande situatie?
Zijn uw dagen onevenwichtig verdeeld?

Dan is de activiteitenwijzer misschien iets voor u. Om te leren werken met dit middel hebt u begeleiding nodig van een ergotherapeut of gespecialiseerde fysiotherapeut.

Voor meer informatie over formulieren basis nulmeting en weekplanning kijk op de website www.coenenfysiotherapie.nl.

Sjaak Coenen, Riethoven.
Gespecialiseerd fysiotherapeut in chronische pijn en vermoeidheid.

Hoe voorkom ik sportblessures?

Na een heerlijke periode van vakantie en niets doen begint nu weer het seizoen van het sporten. Iedereen weet dat sporten goed voor de gezondheid is. Maar jaarlijks zijn er 3,5 miljoen sportblessures in Nederland. 2/3 zijn acute blessures en 1/3 hebben een geleidelijk ontstaan. Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op het ontstaan van sportletsel. Besteed aandacht aan het juiste kleding en schoeisel. Afhankelijk van de ondergrond en sport heb je specifieke schoenen nodig. Hoge sportschoenen geven extra steun aan de enkel en kunnen verzwikking voorkomen. De meeste voetbalschoenen hebben een dunne zool dit kan met een extra inlegzooltje verbeterd worden en voorkomt overbelastingsklachten van voet en onderbeen. Vraag deskundig advies in sportzaken bij het kopen van sportmateriaal. De juiste maat, grip en afstelling voorkomt veel blessureleed. Beschermmateriaal is vaak verplicht, maar anders zeker verstandig om het gebruiken. Het voorkomt kneuzingen en bloeduitstortingen. De vloer en het veld hebben bepaalde eigenschappen, deze kunnen uitglijden of zijn juist te stug.

De beheerders van de accommodatie hebben hier een taak om het optimaal veilig te beheren. Een van de belangrijkste preventieve maatregelen is te zorgen voor een goede techniek bij het sporten. Het nemen van les en/of een goede trainer kan je hierbij ondersteunen. Het voorkomt overbelasting van spieren en pezen door het uitvoeren van een juiste techniek. Hoe meer controle over de bal, beheersing van de vaardigheid, hoe meer sport/spelplezier. De trainingsopbouw met een geleidelijke opbouw van intensiteit bij de start van een sportseizoen is belangrijk. Rustig beginnen in duur, intensiteit en gestructureerd verzwaren naar het begin van de competitie. We zien nog te vaak dat er te snel en te intensief begonnen wordt met sporten na een periode van vakantie. Het gevolg is dat er veel sporters voordat de competitie begint al met allerlei kleine of grote pijntjes rondlopen.

Een aantal blessures zijn specifiek aan leeftijd gebonden. We kunnen dan denken aan jeugdspelers die in de groei zitten. Springen en sprinten doet pijn onder de knieën op de plaats waar het
bovenbeenspier vast zit aan het onderbeen. Hoe ouder de sporter is, hoe belangrijker de warming-up is. Rustig het lichaam opwarmen met algemene loopvormen en daarna sport specifieke oefenvormen. In het verleden is vaak gedacht dat rekken een alternatief is voor het warmlopen. Dit is niet waar. De spieren, pezen en hart/longen worden geleidelijk voorbereid tot grotere prestaties via wandelen, hardlopen naar springvormen. Om onze fysieke motor te laten presteren zullen we aandacht moeten besteden aan voldoende brandstof. Zorg voor voldoende voeding. Koolhydraten en vetten zijn nodig afhankelijk van de duur van de sport. Voorkom uitdroging door vooraf en tijdens sporten voldoende te drinken. Bij het waarnemen van een dorstgevoel is er al een afname van 10 % van je prestaties.
Als laatste maar zeker niet de onbelangrijkste is fairplay. Iedereen sport voor zijn gezondheid en plezier. Hou rekening met de ander en respecteer de spelregels. Niemand is er bij gebaat als er op maandag niet gewerkt kan worden door een blessure die veroorzaakt is in het weekend. Wanneer ondanks bovenstaande preventiemaatregelen toch blessures ontstaan, kan er gebruik gemaakt worden van een gratis sportblessure spreekuur.

Sportblessurespreekuur:
maandagavond
Coenen Fysiotherapie te Riethoven.
Vooraf telefonisch aanmelden 040-2076620
Kosten: gratis

Verder kunt u op deze website een serie oefeningen vinden om de stabiliteit te vergroten van de enkel en knie.

Ik wens ieder een sportief sportseizoen.

Sjaak Coenen fysiotherapeut.

Fietsen en behoud van zelfstandigheid

De fiets wordt door ouderen het meest gebruikt om boodschappen te doen. Redenen om te stoppen met fietsen zijn: afnemende gezondheid, valangst en de verkeersdrukte. Dagelijks trainen van je lichaam helpt om de zelfstandigheid te behouden. Daarom heeft Coenen Fysiotherapie in het kader van de actie “Winkel op de fiets” een aantal lichaamsoefeningen gericht op het fietsen op de website geplaatst: www.coenenfysiotherapie.nl

Wanneer we gaan kijken naar de factoren die van invloed zijn op vallen en fietsangst. Dan kunnen we denken aan de fiets zelf. Is deze geschikt voor de gebruiker? Drukke verkeerssituaties en andere weggebruikers hebben invloed op het aantal valincidenten. Boodschappen tassen en tas aan het stuur kunnen de fietser uit balans brengen. Te weinig drinken tijdens een warme fietstocht verminderd de concentratie en fietscoördinatie.

Factoren die te maken hebben met de fietser zelf hebben de grootste invloed op het ontstaan van fietsangst en vallen. Voor het goed kunnen waarnemen van de omgeving heb je goed zicht (bril) en gehoor voor nodig. De spierkracht is erg belangrijk om veilig de fiets voorwaarts te bewegen en de remmen te gebruiken. Voldoende lenigheid in knie en heup om veilig op en af te stappen. Om te kunnen omkijken is het wel handig om voldoende de rug en nek te kunnen draaien. Fietsen is een vaardigheid die een goede coördinatie vereist. Tijdens het fietsen voeren we snel achter elkaar een hele reeks handelingen uit. De verkeersdeelnemer zal regelmatig binnen enkele seconden de verkeersituatie analyseren en conclusies trekken en dit vertalen in het fietsgedrag. Aangezien bij het stijgen van de leeftijd alle functies iets achteruitgaan, is het begrijpelijk dat de fietsangst toeneemt naarmate we ouder worden.

Wat kunnen we zelf hieraan doen? Regelmatig controle van bril, gehoor en kleding. Tijdens de aanschaf van een fiets, deskundig advies vragen over instaphoogte, soort remmen, versnelling, zadelhoogte, spiegels, elektrische ondersteuning of driewieler.

Afspraken maken wanneer je in een groep fietst. Concentreren op een onderwerp. Snelheid aanpassen aan de verkeerssituatie.

Dagelijks trainen van je lichaam zodat je voldoende spierkracht, lenigheid, coördinatie en evenwicht hebt.

Voor meer informatie van lichaamsoefeningen zie de website www.coenenfysiotherapie.nl
Sjaak Coenen fysiotherapeut voor ouderen, Riethoven.